Op zeven oktober jongstleden reed er sinds lange tijd weer een rouwkoets door het poortgebouw naar de Oude Algemene Begraafplaats aan de Traaij te Driebergen.

Waarschijnlijk is het niet zo vaak gebeurd. Mevr. W.B. Draak-Kraal, kleindochter van de op 12 september 1936 overleden Frederika Paulina Kraal-Wilschut herinnerde zich dat bij de begrafenis van haar oma de rouwkoets door de poort reed, vooraan op de begraafplaats halt hield, waarna de kist werd uitgeladen en verder naar het graf werd gedragen.

De familie stapte vóór de begraafplaats uit de volgkoetsen en liep naar het graf.

Aanleiding tot het verschijnen van deze rouwkoets op de begraafplaats was dat De Stichting Uitvaartverzorging ‘De Álgemene’ een nieuwe folder wilde laten maken met daarop een afbeelding van een stijlvolle begrafenis met paarden en lijkkoets. Stalhouderij Wijnand Hazeleger uit Voorthuizen werd gevraagd om de gehele entourage te verzorgen. Een mooie gelegenheid om wat foto’s te nemen en een indruk te krijgen hoe het er in vroegere tijden aan toe kon zijn gegaan.

Toen in Driebergen nog een stalhouderij met rouwkoetsen was gevestigd vonden alle voorbereidingen natuurlijk in de stallen plaats. Nu gaat dit anders. Paarden, koets, tuigen, kleding en andere benodigdheden voor een begrafenis worden per vrachtwagen aangevoerd.

De twee Friese paarden werden uitgeladen op de Cordesstraat en voorzien van zwarte dekkleden en hoofdkappen met zilvergrijze franjes. Ter verhoging van het rouweffect werden op het hoofdstel pluimen van zwartgeverfde hanenveren bevestigd.

3

Paarden voor een lijkkoets behoren vlekkeloos zwart te zijn. Eventuele lichtere vlekken op de benen werden in het verleden zwartgemaakt met schoensmeer. Friese paarden zijn vrijwel altijd zwart zonder aftekeningen, deze twee hadden perfect zwarte benen zodat de zwarte schoensmeer niet nodig was. Wel werden de hoeven zwart en glimmend gemaakt met hoevensmeer.

 

4

Vervolgens werd de Oud-Hollandse lijkkoets, rond 1900 door de Groningse wagenmaker Rademakers gebouwd, uitgeladen. De koets was versierd met veel houtsnijwerk met details van rozetten, palmetten en sluiers. Op de vier hoeken van de koets stonden vazen met een vlam boven het deksel. Voorop de koets stond op beide hoeken een lantaarn.

De koetsier, gezeten op de staatsiebok, droeg een originele dwarssteek en sobere zwarte kleding met zilvergrijze tressen van gevlochten koord.

5 6

De koets was een zogenoemde achterlader, de naam zegt het al, de kist wordt aan de achterzijde in de koets gezet. Het achterplankje met het houtsnijwerk kan naar beneden worden geklapt zodat de lijkkist eenvoudig naar binnen kan worden geschoven.

7 8

Voor de lijkkoets liep de aanspreker of voorloper, in dit geval een vrouwelijke, hetgeen vroeger beslist niet voorkwam. Ook in deze functie is de emancipatie toegeslagen! Zij was stemmig in het zwart gekleed met de bijbehorende zilvergrijze rouwpassementen. Zoals het hoort droeg zij een aansprekerssteek of rechte steek. Zowel de steek van de koetsier als die van de aanspreker zijn meestal vervaardigd van zijde en voorzien van zwarte struisvogelveren. In tegenstelling tot de koetsier draagt de aanspreker een rechte steek, dus in de lengterichting.

9 10

Na een ritje over de begraafplaats, waarbij de beroepsfotograaf foto’s maakte, werd de strak glimmende koets weer ingepakt in beschermende transportfolie. De paarden werden afgetuigd en ontdaan van hun rouwkleding, koetsier en aanspreker ontdeden zich van hun zwarte kleding en steek, waarna alles weer werd opgeborgen in de vrachtwagen met aanhanger.

Op naar huis!

11

En nu, als afsluiting, een foto van de rouwstoet van oud-bankier en eigenaar van Dennenburg, de heer Henri Joan de Lanoy Meijer. Hij werd op vijf december 1942 begraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Traaij.

In oktober 1942 werd landgoed Dennenburg gevorderd door de Sicherheitsdienst. De gefortuneerde Henri Joan de Lanoy-Meijer, die op Dennenburg woonde, werd verplicht te verhuizen naar de oude Villa Nuova aan de Hoofdstraat. Het viel hem zwaar niet meer op zijn geliefde Dennenburg te mogen wonen en hij overleed enkele maanden later op 2 december 1942 op 85-jarige leeftijd.

Op verzoek van de familie had de plaatselijke loodgieter Gaikhorst bij de Ortskommandant kunnen regelen dat de rouwstoet langs Dennenburg mocht rijden. Als afscheid mocht de stoet zelfs even stilstaan.

 

12

Hierboven de foto van de stilstaande rouwstoet waar de overleden Henri Joan de Lanoy-Meijer afscheid neemt van ‘zijn’ Dennenburg.

Met dank aan de heer H. de Lanoy-Meijer voor het schenken van diverse foto’s en de verstrekte informatie.