St. Petrus Banden In en Rond de kerk Driebergen

 

Image

Geschreven door Elly van de Baan

Omdat de katholieke bevolking van Rijsenburg in Bunnik moest kerken, nam Petrus Judocus van Oosthuyse in 1808 het initiatief tot het stichten van de parochiekerk Sint Petrus’ Banden. 

Na toestemming van koning Lodewijk Napoleon werd de kerk, samen met het er achter gelegen kerkhof, in 1810 in gebruik genomen.
Acht jaar later, in 1818, overleed Petrus Judocus van Oosthuyse waarna hij werd begraven in de kapel bij de ingang van de door hem gestichte kerk. In 1829 werd een verbod tot begraven in de kerk uitgevaardigd. Hierdoor ontstond, na het overlijden van zijn vrouw Margaretha van Oosthuyse-de Jongh op27 november 1846, een probleem. Dit werd praktisch opgelost door het stoffelijk overschot van Margaretha niet door de deur van de kerk, maar via het raam van de grafkapel naar binnen te brengen.
In 1863 werd, in opdracht van de kleinkinderen, de grafkapel verfraaid. De Belgische beeldhouwer J. Decaju vervaardigde een levensgroot witmarmeren beeld van de treurende maagd met in haar hand een lauwerkrans en rustend op het wapen van Rijsenburg.

Op last van Gedeputeerde Staten moest, ‘wegens bezwaren voor de volksgezondheid’, in 1868 het kerkhof gesloten worden. De Rijckevorsels bemiddelden daarna bij de aanleg van een nieuwe begraafplaats met als voorwaarde dat men de nieuwe grafkelder, die 1859 was aangelegd, mocht blijven gebruiken. Van het oude kerkhof is weinig over.
Achter de kerk ligt, omgeven door een gietijzeren hekwerk, het restant van de begraafplaats. Wat resteert van het kerkhof is, samen met de kerk, van rijkswege beschermd. Nagenoeg alle graven werden geruimd of overgebracht naar de nieuwe begraafplaats.

Alleen de graftombe van de familie Van Rijckevorsel met nog enkele andere mocht blijven. De tombe voor de familie Van Rijckevorsel was in 1859 vervaardigd door de Utrechtse beeldhouwer F.F. Georges en gebouwd ter herinnering aan Henriëtte van Oosthuyse, de dochter van de stichters van de kerk en echtgenote van Jacobus Josephus van Rijckevorsel. De tombe bestaat uit een hardstenen baarkleed dat in ruime plooien over een zogenaamde katafalk met hoge roef (loze doodskist met schuin oplopend deksel) en waarop het familiewapen, vastgehouden door twee griffioenen, is aangebracht. Bovenop ligt een bronzen krans met margrieten en gebladerte en een bronzen kruis.De laatste bijzetting van de toenmalige Heer van Rijsenburg, Baron van Rijckevorsel, heeft plaatsgevonden in 1984. Op verzoek van de familie is de grafkelder dichtgemetseld zodat er geen bijzettingen meer plaatsvinden. De grafkelder en -tombe zijn in eigendom overgegaan op de r.k. parochie Sint Petrus' Banden.


Ook liggen er, weliswaar niet op hun oorspronkelijke plaats, nog vijf grafzerken van twee pastoors en drie notabele families. Onder andere van de familie Otterbein. De rijke parochiaan Otterbein zorgde ondermeer voor de financiering van de nieuwe begraafplaats die rond 1871 aan de Drieklinken in gebruik genomen. Adres: Parochiekerk St. Petrus Banden, Kerkplein 5, 3972 EK Driebergen-Rijsenburg.

Bronnen:

  • Rapport: Inventarisatierapport van de werkgroep Vroeger en Nu Driebergen-Rijsenburg 1994.

  • Edwin Maes, Begraafplaatsen, 1996 Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht, Driebergen-Rijsenburg, Geschiedenis en architectuur, Fred Gaasbeek en Saskia van Ginkel-Meester, 1996, p245-250.

  • Stichting Dodenakkers.nl. Dood in Nederland 2001. kerkhof St. Petrus Banden Driebergen.

  • George Marlet, Sint Petrus banden, Kerk en Parochie, 2003 Edwin Maes & Wim Meulenkamp, Funeraire cultuur, Utrechtse heuvelrug, Aspekt/Terebinth 2004.


Oude Algemene Begraafplaats Driebergen

 

Geschreven door Elly van de Baan

Bij Koninklijk Besluit werd er per 1 januari 1829 voor alle steden en dorpen met meer dan duizend inwoners een verbod uitgevaardigd tot begraven in en rond de kerk. Tevens werd elke gemeente verplicht gesteld om een begraafplaats buiten de bebouwde kom aan te leggen. 

Aangezien de gemeente Driebergen rond 1829 minder dan duizend inwoners had bleef men rond de kerk aan de Hoofdstraat begraven.
Dertig jaar later, in 1859 was de beschikbare capaciteit van het kerkhof volledig benut en bovendien de bevol- king de duizend inwoners gepasseerd.

Image

De begraafplaats rond de kerk moest worden gesloten en er kwam een nieuwe begraafplaats.
De gemeente Driebergen kocht in 1860 een stuk grond van de dames Van der Muelen, die op Dennenburg woonden. De begraafplaats werd ingericht in formele stijl met rechte paden en een centrale as met daarlangs de grafkelders.
Op 1 december 1860 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Bij de ingang werd aan weerszijden van de middenas in 1861 een doodgraverswoning en een baarhuis gebouwd. In 1866 werd het baarhuis tijdelijk ingericht als ‘ziekenbarak’.
Op aandrang van ‘Gedeputeerde Staten’ werd in 1874 een aparte ruimte gebouwd. Deze is nooit als ziekenbarak gebruikt. De begraafplaats werd in 1900 vergroot. De aanleg van het nieuwe deel werd verzorgd door boomkweker en tuinarchitect Copijn uit Groenekan en bestond uit concentrische cirkels met daarlangs gerangschikt de graven.
Het doodgravershuis en baarhuis werden door een gezamenlijke kapconstructie samengevoegd, waardoor een poortgebouw ontstond. Aan weerszijden van de poort bevinden zich twee pilasters met op de hardstenen kapitelen de tekst: “Zalig zijn de dooden die in den Heere sterven Openb. 14:13a’.
Het afsluitende gietijzeren hekwerk werd gedecoreerd met diverse doodssymbolen, zoals een gevleugelde zandloper (de tijd vliegt), een Ouroboros, de slang die zichzelf in de staart bijt (de eeuwigheid verbeeldend) en twee gekruiste zeisen (de attributen van Magere Hein) en drie brandende fakkels.
In 1934 werd de Nieuwe Algemene begraafplaats in gebruik genomen en nam het aantal begrafenissen op de inmiddels oude begraafplaats snel af.

Voor de aanleg van de Cordesstraat werd in 1950 het gedeelte met de armen- en huurgraven geruimd. Ook het ‘locaal tot wering der besmettelijke ziekten’ verdween. De begraafplaats werd in 1970 gesloten. Bijzonder is dat na de sluiting van de begraafplaats, in 1994 toch nog toestemming werd gegeven om de landelijk bekende VVD-politicus W.J. (Molly) Geertsema bij te zetten in de grafkelder van de familie. De begraafplaats beschikt over enkele monumentale grafkelders, die weliswaar niet uitgebouwd zijn tot pronkmonumenten, maar desondanks de begraafplaats een voornaam voorkomen geven. Daarmee heeft de begraafplaats een hoge cultuurhistorische waarde. Er zijn veel prominente (soms ook landelijk bekende) begravenen, die een stempel op de Driebergse geschiedenis hebben gezet.
Openingstijden : dagelijks van zonsopgang tot zonsondergang
Adres : Traaij 106, Driebergen-Rijsenburg

Bronnen:

  • Rapport van de werkgroep ‘Inventarisatie Grafmonumenten’, 14-11-1993.

  • Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht, Driebergen-Rijsenburg, Geschiedenis en architectuur, Fred Gaasbeek en Saskia van Ginkel-Meester, 1996, p307-308.

  • www.dodenakkers.nl. De Oude Algemene Begraafplaats te Driebergen-Rijsenburg en het graf van Johannes de Heer (Edwin Maes en Marten Mulder) 2002

  • www.dodenakkers.nl. Johannes de Heer (1866-1961), “die De Heer heette en de Heer diende” (Marten Mulder) 2002

  • www.dodenakkers.nl. Dienaars van het Woord en dienaars van mensen, Bastiaan Jan Ader geb. 30-12-1909 – gefusilleerd 20-11-1944 (Marten Mulder).

  • Waardestelling De Oude algemene Begraafplaats, Driebergen-Rijsenburg, 25 april 2005, door Laura Fokkema, Terebinth.


Nieuwe Algemene Begraafplaats Driebergen

 

Image

Geschreven door Elly van de Baan

De Nieuwe Algemene begraafplaats aan de verlengde Traaij werd in 1930 aangelegd als werkverschaffingsproject.

In 1934 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Het terrein is rechthoekig van vorm en ligt nu aan de rand van de bebouwde kom. Doordat de begraafplaats langs de A12 en de spoorlijn Arnhem-Utrecht ligt, is er nogal wat verkeerslawaai.
De begraafplaats is toegankelijk via twee halfronde oprijlanen die naar een monumentaal toegangshek leiden. Aan de rechteroprijlaan ligt de dienstwoning. De aula bevindt zich direct achter het toegangshek. Zowel de aula als de dienstwoning zijn ontworpen door gemeentearchitect H.E. van Amerongen. De gebouwen zijn, net als het toegangshek uitgevoerd in de stijl van de Amsterdamse school. De begraafplaats is naar ontwerp van de gemeentelijke plantsoenen-dienst aangelegd in de vorm van een Latijns kruis. De centrale hoofdlaan van de begraafplaats begint achter de aula, loopt door tot achteraan de begraafplaats en eindigt in een drievorkige splitsing.

Aan beide zijden van de hoofdlaan wordt de begraafplaats gekenmerkt door een landschappelijke aanleg. De rotonde links achteraan is van recente aanleg. De oudste graven bevinden zich in de nabijheid van de aula. Op de begraafplaats bevinden zich tien oorlogsgraven. Zes ervan zijn van militairen die sneuvelden in 1940. De andere zijn graven van verzetsmensen.

Bij de militaire graven staat een beeld van een soldaat met daaronder de tekst ´Den vaderlant ghetrouwe blyf ick tot in den doot´.

Bij de graven van twee verzetsmensen staat een monument. Frank van Bijnen en Samuel Esmeijer kwamen om bij een poging gevangen genomen verzetslieden te bevrijden uit de Willem III-kazerne in Apeldoorn. Zij werden postuum onderscheiden met respectievelijk het Ridderkruis 4e klasse van de Militaire Willemsorde (Van Bijnen) en het Verzetskruis (Esmeijer). Naar beiden is in Driebergen een straat genoemd, en een deel van de Willem III-kazerne in Apeldoorn heet nu de Frank van Bijnen-kazerne (Citaat www.oorlogsgraven.org). Op de begraafplaats is tevens het graf te vinden van de Nederlandse/Friese schrijver D. Th. Jaarsma (1878-1959) die een zogenaamde ‘roman fleuve’ in twaalf delen, met de naam Thiss heeft geschreven. Hij ligt begraven in een sober graf (nr. III-180)

Openingstijden :
dagelijks van zonsopgang tot zonsondergang
Adres : Verlengde Traaij ongenummerd, Driebergen-Rijsenburg

Bronnen:

  • Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht, Driebergen-Rijsenburg, Geschiedenis en architectuur, Fred Gaasbeek en Saskia van Ginkel-Meester, 1996, p310-311.

  • Krrantenartikel: pen in ruste van 5 september 2000, UN, door Hans Heesen en Harry Jansen

  • http://www.oorlogsgraven.org/nederlands/begraafplaatsen/utrecht/driebergen.html


R.K. Begraafplaats Drieklinken Driebergen-Rijsenburg

 

Geschreven door Elly van de Baan

Op last van Gedeputeerde Staten moest het kerkhof naast en achter de parochiekerk St. Petrus’ Banden, ‘wegens bezwaren voor de volksgezondheid’ worden gesloten.

Met medewerking van de familie Van Rijckevorsel werd een stuk grond ‘achter de tuin van het R.C. gesticht alhier’ (Jozefgesticht van de Zusters van Liefde van Tilburg) door het kerkbestuur in eigendom verkregen en in 1871 als r.k. begraafplaats aan de Drieklinken in gebruik genomen.

Image

De begraafplaats, gelegen op een steenworp afstand van de parochiekerk, is vermoedelijk aangelegd naar een ontwerp van de bouwmeester van het grootseminarie Rijsenburg H.J. van den Brink.

De hoofdstructuur bestaat uit een kruisvormig padenstelsel dat de begraafplaats in vier vakken verdeeld. Op het kruispunt van de paden staat een groot witgeverfd gietijzeren kruis. De voorzijde van de begraafplaats wordt afgesloten met een monumentaal hekwerk.
De begraafplaats is aangewezen als gemeentelijk monument terwijl de kapel en het baarhuisje van rijkswege beschermd zijn.
De twee gebouwtjes staan achteraan op de begraafplaats. Linksachter staat het baarhuisje dat in 1874 is gebouwd door timmerman en metselaar Jan Appels naar een ontwerp van H.J. van den Brink. In het verlengde van het middenpad ligt de kapel voor de familie Van Vessem (1886-1891). Jonkheer H.A.L. van Vessem (1814-1891) was ritmeester, ordonnansofficier van koning Willem III en intendant van de Koninklijke paleizen te Amsterdam en Den Haag. Het zadeldak van de neogotische kapel heeft een met leien gedekt zadeldek en een houten tongewelf. De voorgevel is rijk gedecoreerd en bevat, evenals de zijgevels, spitsboogvensters met glas in lood. De familie zelf ligt begraven onder een fraaie tombezerk op de eerste afdeling van de begraafplaats. Tussen de grafkapel en het baarhuis ligt een kleine tuin voor urnengraven. Achter de kapel rusten de zeventig Benedictinessen en één oblate die vanaf 1903 t/m 1993 begraven lagen op het kerkhof van het klooster “Arca Pacis” die op drie april 2003 zijn overgebracht naar de Drieklinken.
De begraafplaats is nog in gebruik, alleen parochianen mogen er worden begraven. Openingstijden :
dagelijks van zonsopgang tot zonsondergang
Adres : Drieklinken te Driebergen-Rijsenburg

Bronnen:

  • Rapport: Inventarisatierapport van de werkgroep Vroeger en Nu Driebergen-Rijsenburg 1994.

  • www.dodenakkers.nl. Dood in Nederland 2002. R.K. Kerkhof Drieklinken.

  • Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht, Driebergen-Rijsenburg, Geschiedenis en architectuur, Fred Gaasbeek en Saskia van Ginkel-Meester, 1996. p138-139.

  • Rapportage begraafplaatsbezoek door Terebinth op 18 februari 2006, Laura Fokkema, regiocoördinator Utrecht.


Particuliere Begraafplaats Broekbergen
Huis Broekbergen via Arca Pacis terug naar Buitenplaats Broekbergen

 

Image

Geschreven door Elly van de Baan

Vanwege Bismarck’s antikloosterwetten verlieten in 1875 de Benedictinessen van de Altijddurende Aanbidding van het H. Sacrament hun klooster in Bonn-Endenich in Duitsland.

Met toestemming van Mgr. Schaepman stichtten zij in datzelfde jaar op de buitenplaats Broekbergen een nieuw klooster, ‘Arca pacis’ (Ark van Vrede). In Driebergen werd nog lang gesproken van klooster Broekbergen. Enkele jaren later werd het huis vergroot en verder ingericht om als klooster te dienen. De zusters hielden zo weinig mogelijk contact met de buitenwereld.

 

In 1883 werd een kapel met klokkentoren in neogotische stijl gebouwd. Omdat tijdens het Tweede Vaticaans Concilie in 1963 de bepalingen betreffende de geslotenheid van ‘slotkloosters’ herzien werden, waren de zusters verplicht tot diensten die ook voor buitenstaanders toegankelijk moesten zijn. Daarom werd in de jaren 1964-1965 de kapel vervangen door een nieuwe kapel. Vanwege de toenemende vergrijzing en teruglopend aantal zusters sloot het klooster na ruim honderd jaar in 1996 de poorten. Arca Pacis had een eigen begraafplaatsje. In de kloostertuin werden in de periode 1903-1993 zeventig Benedictinessen begraven. Het begraafplaatsje was rechthoekig van vorm en werd omzoomd door een taxushaag. De centrale as, met aan beide zijden de stèles in de vorm van een kruis, leidde naar het hoofdkruis. De kleine begraafplaats bezat ook een lijken-/baarhuisje met ernaast een Jozefbeeld op een sokkel. De graven van de zeventig Benedictinessen zijn geruimd en op 3 april 2003 herbegraven op de R.K. begraafplaats aan de Drieklinken. Het begraafplaatsje van Broekbergen is nog steeds als zodanig herkenbaar. Zo staat het hoofdkruis er nog en vinden we er nog steeds het lijken-/baarhuisje en het Jozefbeeld. Nadat Broekbergen nog een aantal jaren bewoond is geweest door herstellingsoord Daidalos, is sinds januari 2008 Broekbergen in bezit gekomen van de familie Boon-Kruidenier. De familie wil de buitenplaats weer zo goed mogelijk restaureren, met behoud van de toren en kapelzaal uit de kloosterperiode. Tevens wil de familie de begraafplaats van de kloosterzusterbewoners blijven gebruiken voor de bewoners/eigenaren van Broekbergen als familiebegraafplaats.
Buitenplaats Broekbergen en de bijzondere begraafplaats Broekbergen is niet toegankelijk voor publiek! Adres: Engweg 44, Driebergen-Rijsenburg

Bronnen:

  • Tekst bij de 19e kerstkaart met betrekking tot Huize broekbergen – klooster ‘Arca Pacis’, Jan Geerlings.

  • www.dodenakkers.nl. Dood in Nederland. Kloosterkerkhof Arca Pacis Driebergen

  • www.meertens.knaw.nl. Bedevaartplaatsen in Nederland.

  • Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht, Driebergen-Rijsenburg, Geschiedenis en architectuur, Fred Gaasbeek en Saskia van Ginkel-Meester, 1996, p154-156.